Archief weblog wethouder 2010
1 december
Op 10 november behandelde de gemeenteraad de Najaarsnota 2010 en de Begroting 2011. De Najaarsnota liet een verwacht tekort dit jaar zien van EUR 383.000,- en de Begroting 2011 een positief saldo van EUR 330.000,-.
Inmiddels laat zich aanzien dat het tekort voor dit jaar nog aanzienlijk kan worden teruggebracht en waarschijnlijk zullen we dit jaar ongeveer op nul eindigen. Dat is een aanzienlijke prestatie omdat we dit jaar als gevolg van het feit dat er twee wethouders uit het vorige College niet zijn teruggekeerd éénmalig bijna EUR 800.000,- hebben moeten storten in een voorziening vanwege wachtgeld en pensioenpremie.
Overschot
De vastgestelde Begroting 2011 heeft een overschot van EUR 330.000,- en daarbij gaan de gemeentelijke belastingen maar zeer beperkt stijgen. Het inflatiepercentage waarmee de meeste belastingen worden verhoogd is slechts 1,8%.
Lagere OZB aanslag
Bij de OZB is de systematiek zodanig aangepast dat niet de totale opbrengsten met 1,8% zullen stijgen, maar slechts de tarieven met dat percentage zullen stijgen. Bij een gemiddelde waardedaling van de woningen van ca. 3,7% betekent dit voor de meeste mensen dit jaar een lagere OZB-aanslag. Voor de gemeente betekent die waardedaling van de woningen overigens minder inkomsten ter hoogte van ca. EUR 260.000,-, waardoor het overschot 2011 nog zal dalen naar EUR 215.000,- (de waardedaling van de woningen was al voor een bedrag van EUR 146.000,- in de begroting verwerkt).
Rioolheffing
De tarieven voor de Rioolheffing zullen in 2011 een gedifferentieerd beeld laten zien. Omdat uit de Monitor lokale lasten van de Kamer van Koophandel is gebleken dat de rioolheffing in Renkum voor bedrijven tot de duurste van Nederland behoort, zullen we de rioolheffing voor niet-woningen de komende jaren gaan bevriezen. Hierdoor zullen de tarieven voor niet-woningen langzamerhand steeds dichter bij het gemiddelde in Nederland komen te liggen.
De toekomst
In december zal er door het Ministerie van Binnenlandse Zaken een extra circulaire worden uitgebracht waarin de effecten van het regeeraccoord op de Algemene Uitkering zullen worden gepresenteerd. Pas dan weten we precies waar we de komende jaren (2012 en verder) aan toe zijn en kunnen we de gevolgen voor de Meerjarenbegroting in Renkum in kaart gaan brengen. We zullen begin 2011 met voorstellen kunnen komen hoe we de begrotingen vanaf 2012 sluitend kunnen maken en welke bezuinigingen en taakstellingen daarvoor eventueel noodzakelijk zullen zijn.
Structureel sluitende begroting
De Raad heeft tijdens de behandeling van de Begroting per motie het College opgedragen voor 1 april te komen met voorstellen aan de Raad en alternatieven om te komen tot structureel sluitende begrotingen zoals vastgelegd in het door de Raad goedgekeurde coalitieaccoord. Als het Ministerie inderdaad in december per circulaire de gemeentes informeert kunnen wij op basis van de reeds in maart van dit jaar aan de Raad gestuurde notitie “Ombuigingssenario’s” met voorstellen voor ombuigingen komen.
Daarmee kan dan ook invulling worden gegeven aan de op 29 september tijdens de behandeling van het Meerjarenbeleidsplan door de Raad aangenomen motie over burgerparticipatie waarmee de inwoners actief betrokken c.q. geraadpleegd kunnen worden bij de omvang en prioritering van de bezuinigingen.
Ik wens U prettige kerstdagen, een plezierige jaarwisseling en een mooi 2011 toe.
Erik Heinrich
7 november
Op 13 oktober behandelde de Commissie Bedrijvigheid de Economische Visie. Deze visie is onderdeel van de Strategische Visie die in december in de Raad zal worden besproken. Zoals ook de Ruimtelijke Structuurvisie die volgend jaar aan de Raad zal worden aangeboden onderdeel is van de Strategische Visie.
Economische Visie
De economische ambitie die de gemeente nastreeft is in de Economische Visie als volgt geformuleerd: Een robuuste economische ontwikkeling rekening houdend met de ruimtelijke kwaliteiten en de strategische ligging van de gemeente.
De term ‘robuust’ duidt op toekomstbestendigheid. Een robuuste economische ontwikkeling is gebaseerd op de reeds bestaande economische kernkwaliteiten en is in harmonie met de ruimtelijke kwaliteiten. Een robuuste economische ontwikkeling is gericht op activiteiten die toekomstperspectief hebben.
Het economisch beleid van de gemeente speelt een bescheiden, maar wel degelijk essentiële rol bij de ontwikkeling van de lokale economie. De gemeente heeft geen directe invloed op de ontwikkeling van de economie. Wél kan zij gewenste economische activiteiten stimuleren en faciliteren.
Lokale Economie
De Economische Visie geeft de richting aan waar de gemeente de komende jaren heen wil met de lokale economie. We gaan daarbij nader in op een aantal voor de gemeente Renkum belangrijke economische thema’s. Thema’s die voor de lokale economie essentieel zijn. Dat zijn bedrijfsruimte, zorgeconomie, toerisme en recreatie en detailhandel.
Bedrijfsruimte vormt een belangrijke bouwsteen van de lokale economie, zowel voor de industrie en de bouwnijverheid als voor de zakelijke dienstverlening. Dit gezien de schaarste aan ruimte en het belang van beschikbaarheid van bedrijfsruimte voor de gemeente als vestigings- en uitbreidingslocatie voor bedrijven.
Zorgeconomie en Toerisme&Recreatie
Daarnaast zijn de zorgeconomie en toerisme en recreatie, economische sectoren van groot belang voor de gemeente. Deze beide sectoren vormen speerpunten voor de toekomstige economische ontwikkelingen, reden waarom aan beiden thema’s uitgebreid in de visie worden behandeld.
Voor een prettige werk – en leefomgeving is de detailhandel van groot belang. De leefbaarheid van de dorpen wordt immers mede bepaald door de aanwezigheid van winkelvoorzieningen en de kwaliteit ervan.
Behandeling in de Commissie Bedrijvigheid
Bij de behandeling van de Economische Visie in de Commissie Bedrijvigheid was er instemming met de opzet van de visie, maar tegelijkertijd noemden veel fracties punten die zij nog graag in de Visie zagen opgenomen. Het waren over het algemeen nogal concrete actiepunten die eigenlijk niet in de Economische Visie thuishoren (dat is immers een document waarin een lange termijn visie wordt vastgelegd), maar in de nog op te stellen Uitvoeringsprogramma’s. Dat was ook de kern van mijn betoog in reactie op de inbreng door de commissieleden.
Een ander thema tijdens deze behandeling was de vraag in hoeverre het Renkumse bedrijfsleven betrokken was bij de opstelling van de Economische Visie. Veel fracties wilden het bedrijfsleven horen over de visie. Ik bracht daar tegen in dat het bedrijfsleven en overigens alle inwoners van Renkum, de afgelopen jaren alle gelegenheid hebben gehad om hun opvattingen kenbaar te maken tijdens de inspraak en discussieavonden over de structuurvisie. De Economische Visie is gebaseerd op de informatie en standpunten die door burgers en bedrijven tijdens die avonden en ook tijdens de reguliere contacten met het bedrijfsleven naar voren zijn gebracht. Er was en is mijns inziens geen noodzaak om over de Economische Visie weer hoorzittingen te gaan houden. De commisie besliste evenwel anders en nu is het aan de Raad om het bedrijfsleven te gaan horen.
Dit leidt evenwel (weer) tot uitstel van de vaststelling van de visie hetgeen betekent dat de Uitvoeringsprogramma’s pas in 2012 aan de Raad zullen kunnen worden voorgelegd. Dit kan pas zo laat omdat eerste de Ruimtelijke Structuurvisie volgend jaar moet worden vastgesteld door de Raad voordat met het opstellen van de Uitvoeringsprogramma’s kan worden begonnen. Overigens ook een traject waar het College de burgers bij wil betrekken. Al met al is het dan 2012.
Pleit voor uitzonderingen
Hierbij wil ik bepleiten dat we een uitzondering maken voor de Uitvoeringsprogramma’s die betrekking hebben op een aantal bedrijventerreinen in de gemeente: Parenco, Veentjesbrug en Klingelbeekse weg (en eventueel Schaapsdrift). De reden hiervoor is dat wij in aanmerking komen voor in totaal EUR 2 mio co-financiering vanuit de provincie voor de herinrichting van deze bedrijventerreinen. Dit geld kan alleen worden binnengehaald als de gemeente eenzelfde bedrag ter beschikking stelt en als de volledig uitgewerkte en doorgerekende plannen (inclusief financiering) uiterlijk 1 november 2011 bij de provincie zijn ingediend.
Er is dus werk aan de winkel indachtig de titel van het Coalitieaccoord “Een slim beleid is op de toekomst voorbereid”.
Erik Heinrich
4 oktober
In de eerste Gemeenteraadsvergadering na het reces heeft de Raad het Meerjarenbeleidsplan vastgesteld. Dit Meerjarenbeleidsplan is het beleidskader voor de komende Raadsperiode waarin alle beleidsvoornemens voor de komende periode zijn vastgelegd. Dit zijn niet alleen de voornemens uit het coalitieaccoord, maar ook het continueren van het reguliere beleid en de maatregelen die we moeten nemen als gevolg van externe ontwikkelingen die op ons af komen.
Programma's meerjarenplan
Per programma is de visie d.w.z. het maatschappelijk effect dat binnen dat programma wordt nagestreefd, opgenomen en ook de doelstellingen die we willen bereiken. Daarnaast zijn de effectindicatoren d.w.z. hoe gemeten wordt dat de doelstellingen zijn bereikt, opgenomen en ook de activiteiten die gedaan gaan worden om die doelstellingen te bereiken. Uiteraard zijn ook de kosten voor de realisatie van het betreffende programma opgenomen.
Overschotten en coalitieakkoord
Uitgangspunt van het coalitieaccoord is dat overschotten in de meerjarenbegroting ten gunste van de “reserve bestrijding gevolgen vermindering algemene uitkering” worden gebracht. Dit betekent dat er geen extra financiële middelen beschikbaar zijn om de voornemens uit het coalitieaccoord te realiseren. Eventuele extra uitgaven moeten betaald worden uit de bestaande budgetten en als dat niet kan moet er eerst bezuinigd worden voordat die extra uitgaven gedaan kunnen worden. Er is slechts een uitzondering gemaakt voor drie punten uit het coalitieaccoord voor een totaalbedrag van EUR 80.000,-.
Motie burgerparticipatiecommissie
Er ontstond discussie over een motie van D66 en Groen Links die uit de Raad een burgerparticipatiecommissie (BPC) wilde formeren en deze BPC een burgerparticipatieproces gericht op de bezuinigingsoperaties en prioritering uiterlijk begin 2011 wilde laten starten. Ik heb daar tegen in gebracht dat wij in Renkum de eerste nadrukkelijke bezuinigingen pas zullen voelen in 2013. Dat is een heel wat prettiger situatie voor onze gemeente dan waar andere gemeenten in zitten. Vanwege het consistent gevoerde financiële beleid in Renkum hoeven wij nu nog niet alle zeilen bij te zetten. We moeten niet zonder de bedragen te kennen die Den Haag op de gemeentes wil bezuinigen en zonder dat het bezuinigingstempo bekend is, nu al wilde bezuinigingsplannen bedenken.
Motie start bezuinigingsopdracht
Daarnaast dienden de coalitiefracties een motie waarin de Raad vraagt het College direct van start te gaan met de uitvoering van de bezuinigingsopdracht om tot voorstellen en alternatieve te komen zodra de omvang hiervan vanuit het Rijk bekend is en dat een commissoriale vergadering, voordat tot besluitvorming gekomen wordt, de burgers van onze gemeente in staat zal stellen een oordeel te vormen en zo mogelijk alternatieven in te dienen, waarna de raad kan komen tot definitieve besluitvorming
And the winner is....
Ik heb namens het College de motie van D66 en Groen Links overbodig genoemd en de motie van de coalitiefracties een steuntje in de rug. De eerste werd verworpen en de tweede door de Raad aanvaard.
Verschillende fracties hebben in het debat over het Meerjarenbeleidsplan ook bepaalde suggesties gedaan om het beleid hier en daar aan te passen. Het College zal bezien in hoeverre deze wensen in de Begroting 2011 kunnen worden gehonoreerd.
Erik Heinrich
12 juli
Vorige week is de laatste Raadsvergadering voor het zomerrecces geweest met daarin de behandeling van de Jaarrekening 2009 en de Voorjaarsnota 2010. Beide stukken zijn zonder amendering door de Raad aangenomen. Maar voordat het zover was werd er nog flink gedebatteerd.
Het agendapunt Jaarrekening 2009 begon met de gebruikelijke toelichting van de voorzitter van de Rekeningcommissie over het door de commissie uitgebrachte verslag van het onderzoek naar de jaarrekening. Tijdens zijn verhaal werd ik ineens direct en persoonlijk door hem toegesproken en kreeg tot mijn grote verbazing een "Zilveren Kaasschaaf" uitgereikt als blijk van waardering voor mijn werkzaamheden als wethouder Financiën. U begrijpt dat ik die met gepaste trots en met rode oortjes in ontvangst heb genomen.
Positief financieel resultaat over 2009
Het financiële resultaat van het jaar 2009 bedraagt voor de gemeente bijna EUR 4 miljoen, waar na aftrek van storing in een aantal bestemmingsreserves en een aantal overloopposten uiteindelijk bijna EUR 3,4 miljoen als rekeningresultaat overblijft. Dit bedrag wordt gestort in het Egalisatiefonds bestrijding gevolgen vermindering algemene uitkering. Dit fonds dient als een "reserve slechte tijden" en is bedoeld om de pijn voor de gemeente van de vermindering van de Algemene Uitkering van het Rijk, te verzachten. Dit fonds zal ook gevoed worden met de te verwachten rekeningoverschotten in de jaren 2010 tot en met 2013. Vanaf 2014 zal dan de begroting structureel sluitend moeten zijn.
De Voorjaarsnota 2010 geeft de voortgang aan over het lopende begrotingsjaar en een prognose van de uitkomsten van het jaar 2010. Wij worden dit jaar met een aantal belangrijke zaken geconfronteerd.
Kostenpost: wachtgeld vertrokken wethouders
Allereerst is daar het wachtgeld waar de beide vertrokken wethouders (Peek en Van Uitert) recht op hebben. Dit bedrag (EUR 583.000,-) wordt dit jaar in een voorziening gestort en in één keer ten laste van het rekeningresultaat 2010 gebracht. Daarnaast heeft het Rijk besloten om vanaf 2011 het verdeelmodel WMO aan te passen en op de WMO te bezuinigen, waardoor Renkum vanaf volgend jaar fors minder geld voor de WMO krijgt, oplopend tot EUR 910.000,- per jaar structureel minder. Om deze neerwaartse bijstelling van het WMO-budget op te vangen, zullen wij het WMO-budget in Renkum moeten verlagen met dezelfde bedragen als waarvoor het Rijk ons kort.
Negatief saldo en bezuinigingen
Na verwerking van deze beide zaken in de Voorjaarsnota bedraagt het saldo voor 2010 EUR 335.000,- negatief en voor 2011 en 2012 respectievelijk EUR 447.000,- en EUR 306.000,- positief. Daarnaast gaan wij er van uit dat we met ingang van 2012 jaarlijks een extra bedrag van EUR 500.000,- zullen moeten bezuinigen, omdat we door het Rijk niet gecompenseerd zullen worden voor loon- en prijsstijgingen. Dat zal overigens pas vanaf 2013 tot daadwerkelijke aanvullende bezuinigingsmaatregelen leiden, omdat we de EUR 0,5 miljoen voor 2012 nog binnen de begroting kunnen opvangen.
Met deze maatregelen hebben we in Renkum een fors voorschot genomen op de te verwachte kortingen op de algemene uitkering door het nieuwe kabinet. Dit geeft ons de gelegenheid om te wachten op de septembercirculaire of de meicirculaire volgend jaar, waarin de gevolgen voor de gemeentes van het financiële beleid van de nieuwe regering duidelijk zal worden.
Goed voorbereid
Hoewel ons onzekere tijden te wachten staan, zijn we in Renkum, dankzij het in de afgelopen jaren gevoerde financiële beleid, beter dan menige gemeente in Nederland, goed voorbereid op de toekomst. Dit indachtig de titel van het coalitieaccoord "Een slim beleid is op de toekomst voorbereid".
Ik wens U een mooie vakantie toe.
Erik Heinrich
13 juni
U kunt het dagelijks in de krant lezen: de economie zit in moeilijk vaarwater en voor zover er van herstel sprake is, heeft het een broos karakter. Dat geldt niet alleen voor de Europese of Nederlandse economie, maar uiteraard ook voor het Renkumse bedrijfsleven. Eén bedrijf uit onze gemeente met name heeft het moeilijk en dat is Norske Skog Parenco.
Het bedrijf heeft te maken met stijgende kosten van grondstoffen en van energie en een krimp op de afzetmarkt van krantenpapier. Dit heeft geleid tot het stilleggen van één van de twee krantenpapiermachines en het ontslag van een deel van het personeel. Daarom heeft de directie er voor gekozen om op ander papier over te schakelen, waarvoor wel een markt is en waar betere marges te halen zijn. Daarnaast wordt ingezet op een duurzamere energievoorziening, waardoor op de kosten kan worden bespaard.
De door Norske Skog voorgestelde maatregelen vragen daar waar het gaat om planologische aanpassingen op het terrein van Norske Skog, de medewerking van de gemeente. Voor wijzigingen van de milieuvergunning is de provincie bevoegd gezag. De gemeente heeft al in december haar bereidheid uitgesproken om in principe medewerking te verlenen aan de planologische inpassing van de voorgestelde maatregelen. Met het uitspreken van de intentie voor medewerking conformeert de gemeente zich (onder voorbehoud van instemming door de gemeenteraad) aan het tot stand komen van de voorgestelde ontwikkeling.
Ik denk overigens wel dat de gemeente zich ook moet beraden over de meest gewenste lange termijn ontwikkeling van het industrieterrein. Mochten zich op de langere termijn ontwikkelingen voordoen die leiden tot een nog verdere vermindering van de activiteiten van Norske Skog op dit terrein, dan denk ik dat de gemeente zich niet alleen zou moeten richten op het aantrekken van industriële bedrijven, maar daarnaast ook zou moeten kijken in hoeverre er nieuwe kansen ontstaan voor andere economische activiteiten in de sfeer van dienstverlening en/of toerisme.
Maar we moeten nu ons vooral concentreren op het ondersteunen van Norske Skog. Een bedrijf met een historische relatie met de gemeente en het dorp Renkum in het bijzonder. Er werken veel lokale medewerkers en hun werkgelegenheid staat op dit moment voorop. Wij kiezen dan ook voor het behoud van Norske Skog.
Op een onlangs door Norske Skog en de gemeente georganiseerde informatieavond over de toekomst van Parenco, kreeg ik het aan de stok met enige aanwezigen die ervoor pleitten om de situatie bij Parenco te benutten om het terrein "terug te geven aan de natuur". Net zoals bij het industrieterrein Beukenlaan is gebeurd. Ik heb daarop o.m. gezegd dat ik daar nu niets in zag en dat die teruggave van de Beukenlaan "klauwen met geld had gekost" en dat de gemeente niet vele miljoenen in haar achterzak had om Parenco uit te kopen. Nog los van het feit dat ik dat een onwenselijke ontwikkeling vind vanwege de afbraak van de werkgelegenheid bij Parenco en vele Renkumse toeleveranciers. Deze stellingname kwam mij overigens nog op kritische vragen van GroenLinks te staan in de Gemeenteraad.
Het feit dat wij nu kiezen voor het ondersteunen van Norske Skog Parenco en voor het blijvende gebruik van het vrijkomende delen van het terrein voor bedrijvigheid, betekent natuurlijk nog niet dat we daar maar alles zullen toestaan. Het zal m.i. vooral moeten gaan om activiteiten die passen bij en aansluitend zijn op die van Parenco en de bestaande infrastructuur op het terrein. Dus geen verzamelplaats van allerlei overlast veroorzakende bedrijven van elders.
In september zal de Gemeenteraad de Economische Structuurvisie behandelen. Daarin zal een duidelijke toekomstvisie voor het Industrieterrein Parenco worden opgenomen. Op basis daarvan kan een gebiedsvisie worden opgesteld met een daaraan gekoppeld uitvoeringsprogramma die de leidraad zal zijn voor de lange termijn ontwikkeling van de bedrijvigheid in dit gebied. Hopelijk zal dat zijn met een gezond Parenco.
Erik Heinrich
2 mei 2010
Het motto van het nieuwe Coalitieaccoord "Een slim beleid is op de toekomst voorbereid" belooft veel goeds voor de toekomst. In financiële termen is het uitgangspunt voor de komende vier jaar goed te noemen, ondanks een ongewisse toekomst. Daarbij zijn de keuzes en ambities zoals in het Coalitieaccoord geformuleerd zodanig dat er inderdaad sprake is van een slim beleid. De vlag dekt de lading in dit geval dus uitstekend.
In één van de eerste hoofdstukken uit het Coalitieaccoord worden de financiële kaders gegeven. Die kaders moeten het mogelijk maken dat we gedurende deze coalitieperiode en ook in de periode daarna een structureel sluitende meerjarenbegroting zullen hebben. Dat zal niet alleen door bezuinigen moeten gebeuren, maar ook door een formatiereductie op de gemeentelijke organisatie, door een beperking van de externe inhuur, door slimmer in te gaan kopen, door afschrijvingslasten van investeringen te gaan beperken en door de prijs/kwaliteitsverhouding van gemeentelijke voorzieningen te verbeteren. Daarnaast zullen de rekeningoverschotten de komende jaren aangewend worden voor de vorming van een reserve "slechte tijden" die gebruikt kan worden om de gevolgen van de daling van de Algemene Uitkering van de rijksoverheid, op te vangen.
De lokale lasten zullen niet meer mogen stijgen dan maximaal met het inflatiepercentage. Dit zal er toe moeten leiden dat de gemeente langzamerhand uit de top 5 van de gemeenten met de hoogste lokale lastendruk verdwijnt. Met andere woorden de coalitie wil niet dat de rekening van de bezuinigingen via een verhoging van de lokale belastingen door de burger zal moeten worden betaald.
Ik verheug er mij er op de komende vier jaar het door de VVD voorgestane, degelijke financiële beleid uit te kunnen voeren. Gegeven ons goede financiële uitgangspunt en de financiële kaders van het Coalitieaccoord, moeten we in staat zijn om het scheepje van de gemeente Renkum door de woelige, financiële baren te loodsen zonder onderweg op de rotsen te slaan.
Het onderdeel Financiën/Belastingen en Heffingen is een vertrouwd deel van mijn nieuwe portefeuille. Daarnaast heb ik een aantal nieuwe portefeuilles gekregen en is er wat verdwenen.
Allereerst heb ik de portefeuille Ruimtelijke Ordening moeten opgeven, maar blijf ik verantwoordelijk voor grondzaken, waardoor ik met name bij de gemeentelijke grondexploitaties betrokken blijf. Ook de portefeuille Economische Zaken is vertrouwd terrein, maar nu aangevuld met Toerisme en Recreatie. Dat is een logische aanvulling, gegeven het belang van toerisme en recreatie voor de bedrijvigheid in onze gemeente.
Volledig nieuw voor mij is de portefeuille Kunst en Cultuur. Hier spelen naast allerlei andere zaken, vooral twee grote kwesties. Allereerst het herstellen van de Concertzaal in de oude luister. De eerste fase, de technische renovatie van het gebouw, is reeds in gang gezet. In de tweede fase is vooral belangrijk het herstel van de Concertzaal als podium voor kunsten in onze gemeente. Een tweede belangrijke kwestie is te besluiten over een locatie voor een kunst en cultuurcentrum waarin ook het Museum Veluwezoom opgenomen wordt.
Een andere nieuwe portefeuille is die van Milieu en Duurzaamheid. Daarom ben ik ook blij met de constatering in de Inleiding van het Coalitieaccoord dat er de komende vier jaar de noodzaak is om in het beleid meer nadruk te leggen op duurzaamheid en dat dit vraagt om een verdere integratie van duurzaamheidsprincipes in vrijwel alle beleidsvelden.
Er liggen voor mij en voor de rest van het College de komende periode dus nog vele uitdagingen te wachten en te overwinnen. Met dit Coalitieaccoord ga ik er van uit dat dat ons ook gaat lukken. Op mij kunt U rekenen.
Erik Heinrich
1 maart 2010
In het dagblad "De Telegraaf" stond onlangs een artikel met als kop REGELZUCHT RAMP en als onderkop LEZERS WOEDEND OVER VERSTIKKENDE BUREAUCRATIE. Een begrijpelijke verzuchting gezien de voorbeelden die in het artikel werden gegeven.
Toch wordt er nationaal en in Renkum ingezet op vermindering regeldruk en worden ook resultaten geboekt.
In ons coalitieakkoord is vereenvoudiging van vergunningen en vermindering Administratieve Lasten voor het bedrijfsleven ook als speerpunt opgenomen. Daarnaast hebben we er op ingezet om te komen tot een vermindering van de administratieve lastendruk bij zowel burgers als het bedrijfsleven (vermindering bureaucratie).
De doelstelling was een reductie van 20% van de Renkumse regelgeving en een vermindering van de administratieve lasten in 2010. Vermindering van het aantal regelingen met 20% blijkt moeilijk of niet kwantificeerbaar. Wel is te melden dat in deze collegeperiode een substantiële reductie van het aantal gemeentelijke regelingen heeft plaatsgevonden. Op 15 terreinen zijn behoorlijke resultaten op het gebied van vermindering regelgeving en administratieve lasten gerealiseerd.
Voor wat betreft de vermindering van de regelgeving voor burgers is door ons aangesloten op de top 10 van knelpunten van het ministerie van Binnenlandse Zaken zoals deze het meest worden gevoeld door burgers. Daarvan zijn de meeste onderdelen de afgelopen vier jaar gerealiseerd en zijn anderen onderdeel van het lopende E-Renkum traject.
Hoewel bescheidenheid ons hier past gezien het feit dat nog niet iedereen in Nederland de verbeteringen ervaart (zie het hierboven geciteerde artikel) zijn we naar mijn mening op de goede weg. Dit laat overigens onverlet dat ook een nieuw College forse ambities op dit gebied zal moeten hebben.
Forse ambities blijven ook noodzakelijk op het terrein van de hoogte van de lokale lasten. Uit onderzoek van de Vereniging Eigen Huis en het Centrum voor onderzoek van de Economie van de Lagere overheden (COELO) blijkt dat de gemeente Renkum nog steeds hoge woonlasten kent. Het goede nieuws is evenwel dat volgens die onderzoeken in de periode 2007-2010 de lokale lasten voor een meerpersoonshuishouden in Renkum in totaal slechts met 2,85% zijn gestegen (tegenover stijgingen van 32,48% in Arnhem en 8,85% in Rheden).
Dat betekent dat ons beleid de afgelopen jaren er in ieder geval toe heeft geleid dat we relatief ten opzicht van de buurgemeenten in lokale lastendruk zijn gedaald. Dat betekent overigens niet dat we nu achterover kunnen leunen. Integendeel, naar mijn opvatting moeten we de komende jaren de lastendruk in reële termen niet laten stijgen. Ook bij druk op de begroting en noodzakelijke bezuinigingen moet het probleem niet via gemeentelijke belastingen op de burger worden afgewenteld.
Dit brengt mij op de bezuinigingen die de Rijksoverheid vanaf 2012 aan de gemeentes gaat opleggen. Hoewel de hoogte van de bedragen nog niet bekend zijn, gaan we er voor Renkum van uit dat het om EUR 3 tot 5 miljoen structureel zal gaan. Dat zal geen gemakkelijke opgave zijn. Een nieuwe coalitie zal dus zich dus geen nieuwe structurele uitgaven bovenop de bestaande budgetten kunnen permitteren. Integendeel er zal fors bezuinigd moeten worden. Om de onderhandelaars te ondersteunen zal binnenkort een ambtelijk stuk openbaar gemaakt worden waarin mogelijkheden zullen worden aangereikt om tot bezuinigingsscenario's te komen.
Om U enigszins een idee te geven hoe lastig die opgave zal blijken te zijn en dat een nieuw College moeilijke keuzes zal moeten maken, het volgende: De totale lasten in de begroting van de gemeente zijn ongeveer EUR 60 miljoen. Na aftrek van uitgaven die op korte termijn niet of nauwelijks te beïnvloeden zijn (b.v. doeluitkeringen van het Rijk, afschrijvings- en rentekosten etc.) blijft een "netto" begrotingstotaal over van ongeveer EUR 34 miljoen (waarvan ca. EUR 25 miljoen wettelijke taken en ca. EUR 9 miljoen niet-wettelijke taken). Daar zullen de bezuinigingen gevonden moeten worden.
Maar zoals ik vorige maand al schreef, Renkum heeft dankzij het gevoerde financiële beleid van de afgelopen jaren de financiën op orde en daardoor een goede uitgangspositie onder meer dankzij een forse verbetering van de gemeentelijke reserves in die afgelopen jaren.
En nog een goed bericht als uitsmijter van dit stukje: de prognose van het jaarrekeningresultaat 2009 is meer dan EUR 3 miljoen positief! Dat betekent wederom een versterking van onze financiële positie voor de komende jaren.
Erik Heinrich
6 Februari 2010
Met enige overdrijving zou men de openingszin "It was the best of times, it was the worst of times" van de roman A Tale of Two Cities van de grote negentiende eeuwse Engelse schrijver Charles Dickens van toepassing kunnen verklaren op de situatie met betrekking tot de Renkumse gemeentefinanciën.
"It was the best of times" omdat wij in november vorig jaar een meerjarenbegroting hebben gepresenteerd die sluitend is, waarbij in alle jaren sprake is van een begrotingsoverschot. Daarnaast konden wij zelfs de gemeentelijke lasten voor de inwoners structureel verlagen. Er zijn weinig gemeentes in Nederland die ons dit kunnen nazeggen.
"It was the worst of times" omdat de vooruitzichten ronduit slecht zijn. De Rijksoverheid heeft aangekondigd om vanaf 2012 de gemeentes fors te gaan korten op het Gemeentefonds. Hoewel nog niet zeker is wat de precieze financiële consequenties zullen zijn, zullen de gemeentes rekening moeten houden met 5 tot 10% minder inkomsten vanuit het Rijk. Dat zijn kortingen die zonder weerga zijn.
Wat betekent dit voor Renkum?
Allereerst moeten we constateren dat we een goede uitgangspositie hebben. Het feit dat we de komende jaren een structureel begrotingsoverschot hebben betekent dat we normale tegenvallers moeten kunnen opvangen binnen de begroting zonder onmiddellijk te hoeven te bezuinigen. Daarnaast is het weerstandsvermogen van de gemeente (in hoeverre kunnen we onverwachte, grote tegenvallers opvangen) prima dankzij een forse verbetering van de gemeentelijke reserves in de afgelopen jaren.
Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat 5 tot 10% minder inkomsten uit het Gemeentefonds iets van een geheel andere orde is. We zullen vanaf 2012 niet kunnen ontkomen aan drastische maatregelen. En om voor de jaren na 2012 nog steeds sluitende begrotingen te kunnen presenteren (een verplichting waarop de provincie streng toeziet) zullen we nu reeds maatregelen moeten gaan nemen. Reeds in de begroting voor 2011 zullen we maatregelen moeten aankondigen die vanaf 2012 effect zullen moeten gaan sorteren.
Het is nu nog niet precies te zeggen voor welke bedragen we bezuinigingsmaatregelen zullen moeten nemen, omdat we nog niet precies weten of de 5 tot 10% korting in één keer of geleidelijk zal worden opgelegd. Wat we wel zeker weten is dat niets doen en het probleem voor ons uitschuiven, een zeker recept voor grote problemen straks zal blijken te zijn.
De nieuwe coalitie die na de verkiezingen zal aantreden zal in het coalitieaccoord zeker met deze ontwikkelingen rekening moeten houden. Het zal een sober coalitieaccoord moeten worden en er zullen keuzes moeten worden gemaakt. Ondanks een goede uitgangspositie zal dat niet gemakkelijk, maar wel noodzakelijk zijn.
Overigens was het citaat in de aanhef van dit stukje slechts het beroemde eerste gedeelte uit de openingszin van A Tale of Two Cities. De volledige openingszin die in mijn Penguin uitgave negen regels beslaat gaat als volgt verder "it was the age of wisdom, it was the age of foolishness".
Met de VVD aan het roer weet U waar U aan toe bent en dat is niet "the age of foolishness". Dat hebben we de afgelopen vijf jaar wel bewezen.
Erik Heinrich
3 januari 2010
Voor liberalen is de staat in het economische leven primair de "marktmeester". De staat is er voor het scheppen van de voorwaarden voor economische groei. Het is ongewenst en een illusie dat de staat bepaalt welke kant het economische leven opgaat.
De staat heeft bovendien een slechte staat van dienst waar het gaat om sturing te geven aan de economie. Het verleden leert ons bijvoorbeeld dat industriebeleid middels het geven van steun aan bepaalde bedrijfstakken of zelfs individuele bedrijven veelal op een fiasco uitloopt.
Het is goed om hier nog even bij stil te staan, want juist in economisch slechte tijden is de roep om staatsingrijpen altijd het grootst. Steeds weer duikt de gedachte op dat de overheid bedrijfstakken en bedrijven die het moeilijk hebben moet ondersteunen met veelal als argument "behoud van werkgelegenheid". Liberalen weten echter dat de staat geen werkgelegenheid moet creëren, maar het scheppen van werkgelegenheid door het vrije ondernemerschap te bevorderen.
Vertaald naar de Renkumse situatie betekent dat dat de gemeente bijvoorbeeld voor het in moeilijkheden verkerende Norske Skog dus geen directe of indirecte financiële ondersteuning kan geven of zou moeten bepleiten bij andere overheden, maar wel kijken of de gemeente de voorwaarden kan bieden waardoor Norske Skog zich economisch kan blijven ontwikkelen. En dat is ook precies wat de gemeente doet, door op verzoek van Norske Skog de bereidheid uit te spreken vanuit de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke ordening haar medewerking te verlenen aan een andere inrichting van het terrein, zodat noodzakelijke investeringen in het bedrijf kunnen plaatsvinden. En ook de bereidheid om bij de provincie te bepleiten dat hiervoor de noodzakelijke milieuvergunningen kunnen worden afgegeven. Met als doel een economisch florerend en financieel gezond bedrijf.
Een andere veelvoorkomende reactie in economisch slechte tijden is het pleidooi de lokale bedrijven te bevoordelen bij gemeentelijke aankopen of investeringen. Zouden alle gemeenten dit soort lokaal protectionisme gaan doen, dan kunnen Renkumse bedrijven ook geen opdrachten elders verwerven. Het zou de lokale economie alleen nog maar verder bergafwaarts brengen. Wat de gemeente wel kan doen en wat we feitelijk ook al doen is er voor zorgen dat bij aanbestedingen vanuit de gemeente altijd één of meerdere lokale bedrijven uitgenodigd worden een offerte te maken (er van uitgaande dat de Renkumse bedrijven de capaciteit en kwaliteit hebben die voor bepaalde klussen wordt gevraagd), zodat de kans op het binnenhalen van opdrachten voor lokale ondernemers toeneemt.
Zoals reeds gesteld is het volgens liberalen ongewenst dat de staat bepaalt welke kant het economische leven opgaat. Zo is het winkelen op zondag voor veel mensen inmiddels een gewone invulling van de vrije zondag. Ook hier past de staat terughoudendheid als het gaat om dit te willen verbieden. Binnenkort kunnen in Renkum twee supermarkten op zondag vanaf 16.00 uur worden opengesteld. De gemeenteraad heeft daar onlangs op voorstel van het College positief over besloten.
De VVD kan vanuit haar liberale visie dus een duidelijk beleid neerzetten waardoor het lokale bedrijfsleven de ruimte krijgt om ondernemerschap te tonen en zodoende blijvende werkgelegenheid te creëren voor Renkum en haar inwoners.
Ik wens U een voorspoedig 2010 toe.
Erik Heinrich