Het zal velen van u waarschijnlijk zijn ontgaan, maar er is op dit moment in de gemeente een nieuw fenomeen actief: het burgerpanel. In de studie "Hoe donker mag het zijn" naar de nieuwe straatverlichting aan de Schelmseweg, Wolfhezerweg, Hartenseweg en Beukenlaan wordt deze nieuwe vorm van democratie voor het eerst toegepast. Tijd voor een analyse.
Over het onderwerp van de studie kunnen we kort zijn. De openbare verlichting in de genoemde straten moet in de komende jaren worden vervangen, tijd dus om een oude groenlinkse hobby van stal te halen: het moet donkerder worden in het buitengebied. Nu kan ondergetekende zich in deze doelstelling toevallig goed vinden, probleem is alleen dat de bijdrage van de straatverlichting aan de genoemde wegen op het totale verlichtingsniveau in het buitengebied naar mijn mening nagenoeg nihil is, wat strooilicht uitgezonderd. Op de genoemde wegen bestaan om diverse redenen gevaarlijke situaties, waarbij het zeer de vraag is of verminderen van de openbare verlichting wel verstandig is. Een simpele ziel als ik zou al snel denken: "er is niks te halen, veel te verliezen, duidelijke conclusie: zoek armaturen die zo energiezuinig mogelijk zijn, met minimaal strooilicht en vervang de zaak. Dagje uitzoekwerk voor een ambtenaar, iedereen blij".
Hoe dom gedacht van mij. Een wethouder van GroenLinks doet dat anders. Er wordt een burgerpanel in het leven geroepen van tien leden, die onafhankelijk, onbevooroordeeld en niet betrokken bij politiek of belangengroepen mogen zijn. En die uiteraard begeleid moet worden door een extern bureau. Dit panel wordt dan belast met een brede inventarisatie onder de bewoners van de gemeente in het algemeen en de aanwonenden van de betrokken wegen in het bijzonder. Kosten noch moeite worden gespaard om de inwoners van Renkum naar hun mening te vragen. Een zeer democratische benadering, zeker voor een non-probleem, toch?
Helaas!, reeds bij de openbare aftrap van het project ging het mis: Welgeteld drie inwoners waren aanwezig naast de 10 panelleden en ongeveer evenveel ambtenaren en externe adviseurs. Bij het voorstellen van het panel verklaarden 8 van de 10 dat zij in het panel hadden plaats genomen omdat zij vonden dat het buitengebied donkerder moest worden (onbevooroordeeld?). Eén pannellid is oud fractievoorzitter van GroenLinks (niet bij de politiek betrokken?) en de externe adviseurs konden over niets anders praten dan het belang van terugdringen van de verlichting in het buitengebied.
Tijdens de tweede openbare bijeenkomst op woensdag 9 september werden de belanghebbenden uit Oosterbeek en Wolfheze gehoord. Hier was de opkomst 6 personen, met het zelfde legertje ambtenaren en adviseurs. Desgevraagd bleek dat niemand van de aanwezigen wist wat de invloed van de straatverlichting op de lichtsterkte ‘s nachts in het bos precies is. Op een vraag uit de zaal waarom we hier mee bezig zijn terwijl het kennelijk niets oplevert kwam ook geen antwoord. Wel kreeg eenieder ruimschoots de gelegenheid zijn of haar bedenkingen en wensen te uiten, waarbij uiteraard door vrijwel alle aanwezige burgers werd gewezen op de grote zorg voor de veiligheid. Ook werd aangegeven dat die veiligheid slechts ten dele door andere maatregelen dan verlichting kan worden gerealiseerd.
Wij zijn benieuwd naar het vervolg. Het mag allemaal wat kosten, kennelijk hebben wij als gemeente voldoende geld voor dit soort exercities. Maar wij zullen de uitkomsten van deze vorm van GroenLinks democratie met argusogen blijven volgen.
Koos Bosmann.
Reacties (1)
Ondergetekende is regelmatig actief op het wereld wijde web en kwam daarom heden uw inbreng over het burgerpanel 'Hoe donker mag het zijn' tegen.
Graag wil ik dan ook gebruik maken van de geboden gelegenheid en een enkele reactie geven op uw analyse.
Allereerst meen ik er goed aan te doen hier te stellen dat ik niet, zoals u beweert, een GroenLinkse wethouder ben. Ik ben wethouder van de gemeente Renkum. In een college dat bestaat uit een burgemeester en drie door de gemeenteraad benoemde wethouders, respectievelijk voorgedragen door de fracties van PvdA, VVD en GroenLinks. Ik werk voor en met alle inwoners van de gemeente en dat doe ik aan de hand van een door de drie eerder genoemde partijen opgesteld coalitieakkoord, dat door een ruime raadsmeerderheid is vastgesteld. Overigens bevind ik mij met mijn mening dat ik geen wethouder van GroenLinks ben in goed gezelschap. Het is immers uw partijgenoot en gemeenteraadslid de heer E. Schoevaars die collega-raadsleden en college keer op keer aan dit principe herinnert. Hij heeft zich terecht ook sterk gemaakt voor het verdwijnen van de partijnaam onder onze namen op de wethoudernaambordjes in de raadszaal.
De aanpak met een burgerpanel is geheel conform het ook door uw partij onderschreven coalitieakkoord, dat stelt dat inwoners van meet af aan betrokken moeten worden bij beleidsprocessen. Daarom hebben Burgemeester en Wethouders besloten om voor de wijze van vervangen van de openbare verlichting van een aantal wegen in het buitengebied een burgerpanel in te stellen. Dit panel zal een advies opstellen en aan de hand daarvan gaan we tot vervanging over. Het is dus allemaal op de normale wijze democratisch tot stand gekomen. Ik herken me dan ook totaal niet in uw term GroenLinks democratie. Er is sprake van Renkumse democratie. En daarin is het zo dat 23 raadsleden het ganse volk vertegenwoordigen en dat daarbinnen in dit geval de 10 leden van een burgerpanel actief zijn om een advies te ontwikkelen. Voor die aanpak hebben we als gemeente een subsidie van de provincie ontvangen. Die subsidie is niet alleen bestemd voor deze manier van werken -waarbij onafhankelijke inwoners een advies opstellen- maar ook voor de uiteindelijke duurzame vervanging van de openbare verlichting. Ik vind het ronduit teleurstellend dat u deze informatie die meermalen (ook door mij) naar voren is gebracht tijdens beide bijeenkomsten, waar wij u mochten begroeten, in het geheel niet in uw analyse betrekt. Nu suggereert u dat een en ander door de Renkumse belastingbetaler wordt opgebracht, hetgeen dus maar zeer ten dele het geval is. Dat er een extern bureau is ingeschakeld heeft te maken met de gezamenlijke aanpak met de provincie en het gegeven dat wij onze eigen medewerkers slechts beperkt hiervoor willen inzetten.
Met u betreur ik het dat de beide bijeenkomsten, waar u over schrijft, zeer beperkt bezocht werden. Dat is uiterst jammer. Ook de gemeenteraad kan bij haar vergaderingen over het algemeen helaas niet op al te veel belangstelling bogen. De bijeenkomsten over de structuurvisie werden echter wel goed bezocht, terwijl dat met de bijeenkomsten die de gemeenteraad organiseerde over het verkeers- vervoersbeleid al een stuk minder was.
Overigens werd de bijeenkomst, die het lichtpanel in Renkum organiseerde, beter bezocht dan de bijeenkomsten die u bijwoonde. Maar nogmaals, ook ik had met u tijdens de panelbijeenkomsten graag een betere opkomst gezien.
Het panel organiseert overigens nog andere activiteiten om tot haar advies te komen. Ook dat hebben we meermalen medegedeeld en moet dus bij u bekend geacht worden.
Over de onafhankelijkheid van het panel kan ik kort zijn. De leden hebben allen gereageerd op een algemene oproep aan alle inwoners en zijn vervolgens geselecteerd uit een veertigtal aanmeldingen. De eerst verantwoordelijke wethouder was bij deze selectie niet betrokken en zo hoort dat ook! Dat er dan een oud raadslid van GroenLinks bij zit is toevallig en ik vind het jammer dat u nu toch suggereert dat daardoor de onafhankelijkheid van het panel in twijfel moet worden getrokken.
Voor het overige zal ik de leden van het burgerpanel op de hoogte stellen van uw analyse en hen laten weten waar deze te vinden is.
Op dit moment is het college van Burgemeester en Wethouders in afwachting van het advies van het burgerpanel, zodat dit nadrukkelijk betrokken kan worden bij het besluit om de openbare verlichting in het buitengebied duurzaam, effectief en bovenal efficient te vervangen. Want daar is het tenslotte allemaal om begonnen.
Tenslotte wil ik hier nog kwijt dat het op gang brengen van alternatieven voor bestaand beleid en het realiseren van vernieuwende activiteiten niet altijd van meet af aan gepaard gaat met veel belangstelling en ondersteuning. Draagvlak moet georganiseerd worden en groeit al werkende weg. Alle leden van ons college weten dat en rekenen daarmee. Zo was de animo voor het starten van een buurtbus in onze gemeente aanvankelijk niet al te groot, er was nog al wat scepsis. Toch heb ik hier op basis van het coalitieakkoord, met steun van de raad, namens het college mijn schouders onder gezet. En dat alles met het inmiddels bekende resultaat: Een florerend project viert binnenkort het vervoer van de tienduizendste passagier. Zo rijdt er nu tussen onze dorpen geen GroenLinkse bus, maar de buurtbus van Buurtbusvereniging Veluwezoom West, die beschikbaar is voor alle inwoners van onze groene en duurzame gemeente.
Ik hoop dat ik de argus uit uw ogen heb kunnen wegnemen. Zo niet; laten we dan samen nog eens een kop koffie gaan drinken en deze discussie op een positieve manier voortzetten.
Met vriendelijke groet,
Dirk H. van Uitert
(wethouder gemeente Renkum)