In september en oktober zijn drie verkennende sessies gehouden met het ambtelijk apparaat, het college en de gemeenteraad. In deze sessies zijn de hierboven onder 4) thema’s verkend plus de thema’s groen, grijs, landschap, verkeer en toerisme en recreatie.
Daarbij hebben we gebruik gemaakt van de methodiek van “kijkbrillen” om “out-of-the-web” denken te stimuleren en buiten de geijkte paden te treden. Met andere woorden: Hoe kunnen we met gezond verstand zaken logischer aanpakken en daarbij ook aanzienlijke besparingen realiseren. Hiermee kan voorkomen worden dat er rücksichtslos gesneden gaat worden met alle consequenties voor de samenleving van dien. De bedoeling is juist te kijken of er verbindingen kunnen ontstaan tussen de genoemde beleidsvelden. De kunst hierbij is dus om niet alleen vanuit een negatieve benadering te denken (wat doen we niet meer?), maar via een creatieve en innovatieve benadering veranderingen te vinden (wat gaan we anders doen?). De gekozen kijkbrillen zijn ‘kracht van de samenleving’, ‘vertrouwen’, ‘differentiatie’ en ‘kennisdelen en samenwerken’.
In november is onder alle inwoners van Renkum via de Hoog en Laag en de gemeentelijke website een enquête verspreid. In de enquête hebben wij de mening van onze inwoners gepeild aan de hand van 17 stellingen. Verder hebben wij de vraag voorgelegd of verhoging van de lokale belastingen en heffingen een alternatief is voor bezuinigen en gevraagd een fictief te besparen bedrag van
EUR 1.000,- te verdelen. 377 inwoners hebben deelgenomen aan deze enquête. Op basis van de uitkomsten van de enquête kan voorzichtig de conclusie worden getrokken dat het grootste deel van de voorstellen in het kader kan rekenen op draagvlak onder de inwoners. In het vervolgtraject zullen wij gericht burgergroeperingen betrekken bij de discussie over de uitwerking van de voorlopige richtingen op basis van het kader.
De verkennende sessies en de uitkomsten van de enquête hebben als input gediend bij het uitwerken van het kader voor de ombuigingen. Het is dit kader waarover de Gemeenteraad nog deze maand een besluit zal moeten nemen.
In dat kader geven wij per beleidsveld aan welke doelen wij willen realiseren en welk doel wij beogen met de ombuigingen. Dit kunnen wijzigingen in de aanpak zijn, maar dit kan er ook toe leiden dat wij op onderdelen binnen specifieke beleidsvelden tot de overtuiging komen dat de samenleving hier niet op zit te wachten. Tot slot geven wij per beleidsveld aan welke kansen, maar ook welke risico’s en aandachtspunten wij zien bij het realiseren van de beoogde ombuiging.
Als dit kader is vastgesteld zal een en ander moeten worden uitgewerkt in concrete richtingen. Hoe kunnen wij bijvoorbeeld op een concrete manier differentiatie toepassen als het gaat om ‘bibliotheekwerk’, ‘groen’ of ‘toerisme en recreatie’? Hoe kunnen wij concreet meer gebruik maken van de kracht van de samenleving als het gaat om maatschappelijk werk?
Deze richtingen zullen aan de gemeenteraad worden gepresenteerd. Op basis van eventuele opmerkingen zullen de richtingen in een plan moeten worden uitgewerkt. Het is de bedoeling dat de richtingen zodanig concreet worden opgesteld, dat ze kunnen worden meegenomen in het meerjarenbeleidsplan zoals die in juni door de Raad zal worden vastgesteld. De besparingen zullen dan hun beslag krijgen in de begroting 2013.
Erik Heinrich
Onlangs stelde de Gemeenteraad 4 gebiedsvisies vast voor de bedrijventerreinen Klingelbeekseweg (Oosterbeek), Veentjesbrug (Heelsum), Schaapsdrift (Renkum) en Cardanuslaan (Doorwerth).
Het vaststellen van de gebiedsvisies is nodig om de richting te bepalen waarin de terreinen zich idealiter moeten ontwikkelen. Ze zijn echter geen blauwdruk. De gebiedsvisies geven richting aan de inzet die nodig is om tot daadwerkelijke herstructurering te komen. De uiteindelijke concrete invulling wordt in het bestemmingsplanprocedure formeel belegd. Met het vaststellen van de gebiedsvisies is het kader geschapen, waarbinnen de ruimtelijke ontwikkelingen verder concreet vorm en invulling krijgen.
De gebiedsvisies passen in het beleid van de provincie en de Stadsregio om tot herstructurering van bedrijventerreinen te komen. Voor Renkum is vooral belangrijk dat hiermee de bedrijventerreinen in
aanmerking komen voor herstructurering op basis van co-financiering door de provincie. Mede aan de hand
van deze gebiedsvisies zullen Gedeputeerde Staten later besluiten nemen over (onze) subsidieaanvragen,
om de bedrijventerreinen d.m.v. co-financiering te herstructureren. Het vaststellen van de vier gebiedsvisies is daarmee een stap in het proces om te komen tot een succesvolle subsidie-aanvraag.
De gebiedsvisies zijn overigens een detaillering van de grote lijnen die in de gemeentelijk Ruimtelijke
Structuurvisie en in de Economische Visie al te herkennen zijn.
Vanaf het moment dat herstructurering van deze bedrijventerreinen aan de orde kwam – nu ruim twee jaar
geleden - zijn wij in gesprek gegaan met de ondernemers op deze locaties. Over het algemeen kan worden gesproken over de aanwezigheid van voldoende draagvlak voor de voorgestelde ontwikkelingsrichting.
Met name de ondernemers op de Klingelbeekseweg zien in dat de uitstraling nu erg matig is. Ze zien in dat een
hoogwaardiger invulling niet alleen de blijvende en nieuwe ondernemingen ten goede zal komen,
maar ook de omgeving in haar geheel. Dat betekent dat ook een waardestijging van het onroerend
goed in dat gebied en daarmee de intrinsieke waarde van de bedrijven zelf.
Op de Veentjesbrug zijn naast zakelijke ook enkele persoonlijke belangen in het spel. Er wordt n.l. ook
(alleen) gewoond. Hier speelt minder dat bedrijven willen verplaatsen, wel is er ruimte aanwezig voor
uitbreiding ten gunste van de functie “bedrijvigheid”.
De Schaapsdrift is een wat ouder bedrijventerrein, dat met name opvalt waar het gaat om het
extensieve ruimtegebruik. Dat heeft met de aard van de bedrijvigheid te maken: logistiek, bouw- en
aannememersbedrijven.
Een grootste gemene deler in de standpunten van de ondernemers op de Cardanuslaan is nog niet te
vinden. Een deel van de ondernemers ziet mogelijkheden voor verbetering, in elk geval van de locatie als
geheel. Er is nu ruimte onbenut. Andere bedrijven geven aan “goed te zitten”; zij hebben op dit
moment minder behoefte aan verandering. Ook het economische getij speelt hierin mee.
Ten aanzien van de gemeentelijk co-financiering geldt dat daarvoor in begroting noch Meerjarenbeleidsplan
middelen zijn gereserveerd. In het coalitie-akkoord is opgenomen dat op een bestemmingsreserve, inmiddels bekend onder de naam “goede tijden, slechte tijden fonds”, een beroep kan worden gedaan bij voorstellen die leiden tot stimulering van de (lokale) economie en werkgelegenheid.
De financiële bijdrage van de provincie is gemaximeerd tot € 500.000,- per locatie. Van de gemeente wordt dezelfde bijdrage verwacht. Gezien het feit dat in de genoemde reserve momenteel meer dan € 3.000.000,- zit zou dat moeten kunnen lukken. Daarbij moet wel worden aangetekende dat de reserve niet uitsluitend bedoeld is voor economische maatregelen, maar ook gebruikt zou kunnen worden om bepaalde bezuinigingsmaatregelen te verzachten.
Hoewel het om veel geld zou kunnen gaan, is het natuurlijk wel belangrijk te beseffen dat we in deze economisch moeilijke tijden ook maatregelen moeten nemen die leiden tot een uiteindelijke versterking van de economie in Renkum. Het is zaak dat we sterker uit de recessie komen. De herstructurering van deze bedrijventerreinen kan daaraan een belangrijke bedrage leveren.