Nieuwsbrief



Erik Heinrich
Van de Wethouder

1 mei 2012

Ik vertel niets nieuws als ik zeg dat gemeenten in financieel opzicht een moeilijke periode doormaken. Hoewel wij in Renkum door het strakke financiële beleid van de afgelopen jaren een relatief goede uitgangspositie hebben opgebouwd, ontkomen ook wij niet aan ombuigingen.
Als gevolg van de daling van de algemene uitkering vanwege de bezuinigingen uit het regeeraccoord van 2010 van het kabinet Rutte ziet de gemeente zich gesteld voor een ombuiging van ca. EUR 0,8 miljoen in 2013 oplopend tot ca. EUR 1,3 miljoen in 2015.

Kader van ombuigingen
De gemeenteraad heeft al in januari besluiten genomen over het kader waarbinnen deze ombuigingen gerealiseerd moeten worden.  Daarna hebben wij in maart aan de gemeenteraad een voorstel aangeboden met daarin in totaal 22 richtinggevende beslispunten ter realisatie van die ombuigingen. Per amendement heeft de gemeenteraad een aantal ombuigingen geschrapt en een aantal nieuwe ombuigingen toegevoegd.

Deze ombuigingen  worden nu verder uitgewerkt zodat ze kunnen  worden meegenomen in het Meerjarenbeleidsplan dat in juni door de Raad zal worden vastgesteld. De ombuigingen zullen dan hun definitieve beslag krijgen in de begroting 2013 die in november door de raad zal moeten worden vastgesteld.

Drie belangrijke taken extra
Maar bovenop de financiële consequenties van het regeerakkoord worden er ook  nog een drietal belangrijke taken van het Rijk en de provincie naar de gemeenten overgeheveld.

  1. Het kabinet wil dat de Wet Werken naar vermogen vanaf 2013 wordt uitgevoerd door de gemeenten.
  2. De extramurale begeleiding uit de AWBZ  wordt ondergebracht bij de Wmo.
  3. En de jeugdzorg wordt overgedragen van provincies naar gemeenten die verantwoordelijk worden voor het totaalplaatje: de zorg voor kinderen, jongeren en hun opvoeders.

Nu moeten we ons twee dingen realiseren. Allereerst hebben de gemeenten zelf het Rijk gevraagd om deze taken toegewezen te krijgen vanuit de overtuiging dat gemeenten deze taken beter kunnen uitvoeren omdat ze dichter bij de burger staan dan Rijk of provincie. Maar daarnaast gebruikt het Rijk deze decentralisaties om een stevige bezuiniging te realiseren. Met andere worden de gemeenten krijgen wel de taken maar niet al het geld. Nu denkt het college dat we inderdaad veel dingen efficiënter kunnen dan Rijk of provincie, maar het legt wel extra druk op de gemeentelijke organisatie en de financiën.
Uiteraard is nu de vraag wat de gevolgen zijn van de val van het kabinet Rutte. Gaat de Tweede Kamer met deze decentralisaties door of worden ze controversieel verklaard en ligt de zaak stil tot er een nieuw kabinet aantreedt? Vooralsnog ga ik er van uit dat er misschien wel enig uitstel komt en dat er wellicht zaken anders zullen gaan, maar dat de grote lijn achter deze drie decentralisaties ook onder het huidige demissionaire kabinet of door een nieuw kabinet zullen worden doorgezet.

Terugdringen begrotingstekort
De ontwikkelingen in Den Haag de afgelopen week zijn ronduit spectaculair te noemen. Wie had gedacht dat VVD, CDA, D66, CU en GL in zeer korte tijd in staat zouden zijn om een bezuinigingsakkoord te sluiten waardoor Nederland volgend jaar “slechts” een begrotingstekort heeft van 3% en daarmee voldoet aan de Europese afspraken? Er is inderdaad geschiedenis geschreven.

Maar in alle euforie over dit “wandelgangenaccoord” moeten we ons wel realiseren dat de overeengekomen bezuinigingen van ca. EUR 14 miljard grote invloed zullen hebben op het gemeentefonds. Met hoeveel de algemene uitkering zal dalen is nog niet bekend, maar het zal toch vrij omvangrijk zijn. Wij rekenen voorlopig met een nadeel voor Renkum van tussen de EUR 1 en 1,5 miljoen. Als dat zo is zal er voor dit bedrag extra omgebogen moeten worden bovenop de in maart vastgestelde voorstellen en dat reeds met ingang van het komende begrotingsjaar. Voorwaar geen geringe opgave!

Jaarrekening 2010
Tot slot nog enige woorden over de Jaarrekening 2010. Deze zal in mei door de gemeenteraad worden vastgesteld.  Ik kan nu reeds verklappen dat deze jaarrekening met een positief resultaat zal eindigen. Dat betekent dat ook dit jaar een bedrag in het fonds “goede tijden, slechte tijden” zal kunnen worden gestort. Dit maakt de gemeente dan weer een stukje weerbaarder voor de toekomst.

Het zijn, zoals ik in het begin van dit stukje reeds stelde, moeilijke tijden voor de gemeente.  Hoewel het een stevige uitdaging zal zijn om een sluitende begroting 2013 op te stellen, heb ik er alle vertrouwen in dat dit het college en de gemeenteraad samen zal lukken.

Erik Heinrich


05 maart 2012

De culturele instellingen en de kunstenaars in onze gemeente hebben de ambitie uitgesproken om een Centrum voor Landschap, Kunst & Cultuur te gaan opzetten. Het is de bedoeling dat in het Centrum ons culturele erfgoed (met name de schilderijen van de Oosterbeekse School en Pictura Veluvensis) verbonden wordt met de hedendaagse beeldende kunsten.Het Centrum voor Landschap, Kunst en Cultuur moet de plek worden waar de bijzondere relatie tussen ons landschap en de kunst zichtbaar en beleefd wordt.

Een ambitie die volledig in lijn is met alles wat wij in Renkum op het gebied van cultuurhistorie en recreatie & toerisme belangrijk vinden. Het sluit naadloos aan op onze Cultuurvisie, Strategische visie en Economische visie. Kortom een centrum dat vorm zal gaan geven aan de belangrijkste kernkwaliteiten van de gemeente. Drie parijen hebben elkaar gevonden om als kernpartner voor dit nieuwe Centrum te gaan functioneren: Museum Veluwezoom, ‘t Venster (Centrum Kunstzinnige Vorming) en horecaexploitant Buitenpoort Catering. Vorig jaar hebben deze kernpartners tesamen met andere partijen die als partner fungeren een bedrijfsplan opgesteld, met daarin ook een schatting van de stichtingskosten en een eerste opzet voor een exploitatie.

Het bedrijfsplan maakt duidelijk welke instellingen en kunstenaars de kernpartners en partners zijn die het Centrum gaan vormen en welke activiteiten er georganiseerd zullen gaan worden. Daarnaast werden een aantal suggesties gedaan wat de meeste geschikte locatie zou kunnen zijn en werd een aanzet gegeven voor de berekening van de stichtingskosten en de exploitatie, gebaseerd op bepaalde aannames en kengetallen.In februari werd aan de Gemeenteraad een voorstel aangeboden waarin werd gevraagd in te stemmen met de visie en missie, programmering van het Centrum en de genoemde drie kernpartners. Daarnaast werd gevraagd om B&W opdracht te geven om een geschikte lokatie te zoeken en om op basis van een stedebouwkundig plan een reëele kostenraming voor de investering en de exploitatie te maken.

Helaas discussieerde de Raad nauwelijks over de inhoud van het plan en richtte de hele discussie zich op de financiën. Ondanks het feit dat duidelijk was aangegeven dat de gemeente er geen geld in zou steken, was de Raad huiverig het groene licht te geven. Men vond de ambitie voor een dergelijk centrum in Renkum te groot en geloofde niet dat het de gemeente geen geld zou kosten.

Eind van het liedje was dat het voorstel niet werd aangenomen.Tegelijkertijd werd er door de raad wel een motie aangenomen waarin het college van B&W de opdracht kreeg in het najaar een voorstel te doen inzake de mogelijke locaties voor het in het coalitieaccoord genoemde kunst- en cultuurcentrum, waarbij wordt uitgegaan van een exploitatie zonder structurele bijdrage van de gemeente.Op basis van deze motie is er, denk ik, ruimte genoeg om met de kernpartners en partners na te denken hoe we de ambitie voor een Centrum voor Landschap, Kunst en Cultuur vorm kunnen geven binnen de door de motie genoemde randvoorwaarden. Ik zal daarover binnenkort met hen gaan overleggen.

Ook in de politiek is het soms twee passen vooruit en één pas achteruit.

Erik Heinrich


14 januari 2012

Vorig jaar  heeft de gemeenteraad belangrijke besluiten genomen over de ombuigingen die moeten plaatsvinden als gevolg van een dalende algemene uitkering uit het gemeentefonds. Die ombuigingen zullen als volgt worden gerealiseerd:

  1. We gaan tot 2015 voor een bedrag van EUR 400.000,- maatregelen nemen gericht op het vergroten van de efficiency van de gemeentelijke organisatie.
  2. We gaan een aantal specifieke activiteiten voor een bedrag van EUR 77.000,- afbouwen dan wel stopzetten.
  3. Maatregelen op het terrein van het beperken vergunningplicht boomkap, afstoten bosbezit & vastgoed en het aanpassen financiering verwijshuisvesting zullen tot 2015 moeten leiden tot ombuigingen voor een bedrag van EUR 400.00,-.
  4. We  bezinnen ons op uitgaven die de gemeente doet op het terrein van de kunst & cultuur educatie, subsidies, bibliotheekwerk, maatschappelijk werk, welzijnswerk, onderwijs ondersteunende activiteiten en het bovenwettelijk minimabeleid. Door de activiteiten binnen deze beleidsvelden slimmer met elkaar te combineren, kunnen dezelfde maatschappelijke doelstellingen op een andere, kosteneffectievere manier worden gerealiseerd. Dit moet tot 2015 tot een ombuiging van ca. EUR 500.000,- leiden.

In september en oktober zijn drie verkennende sessies gehouden met het ambtelijk apparaat, het college en de gemeenteraad. In deze sessies zijn de hierboven onder 4)  thema’s verkend plus de thema’s groen, grijs, landschap,  verkeer en toerisme en recreatie.

Daarbij hebben we gebruik gemaakt van de methodiek van “kijkbrillen” om “out-of-the-web” denken te stimuleren en buiten de geijkte paden te treden. Met andere woorden: Hoe kunnen we met gezond verstand zaken logischer aanpakken en daarbij ook aanzienlijke besparingen realiseren. Hiermee kan voorkomen worden dat er rücksichtslos gesneden gaat worden met alle consequenties voor de samenleving van dien. De bedoeling is juist te kijken of er verbindingen kunnen ontstaan tussen de genoemde beleidsvelden. De kunst hierbij is dus om niet alleen vanuit een negatieve benadering te denken (wat doen we niet meer?), maar via een creatieve en innovatieve benadering veranderingen te vinden (wat gaan we anders doen?).  De gekozen  kijkbrillen zijn ‘kracht van de samenleving’, ‘vertrouwen’, ‘differentiatie’ en ‘kennisdelen en samenwerken’.

In november is onder alle inwoners van Renkum via de Hoog en Laag en de gemeentelijke website een enquête verspreid. In de enquête hebben wij de mening van onze inwoners gepeild aan de hand van 17 stellingen. Verder hebben wij de vraag voorgelegd of verhoging van de lokale belastingen en heffingen een alternatief is voor bezuinigen en gevraagd een fictief te besparen bedrag van
EUR 1.000,-  te verdelen. 377 inwoners hebben deelgenomen aan deze enquête. Op basis van de uitkomsten van de enquête kan voorzichtig de conclusie worden getrokken dat het grootste deel van de voorstellen in het kader kan rekenen op draagvlak onder de inwoners. In het vervolgtraject zullen wij gericht burgergroeperingen betrekken bij de discussie over de uitwerking van de voorlopige richtingen op basis van het kader.

De verkennende sessies en de uitkomsten van de enquête hebben als input gediend bij het uitwerken van het kader voor de ombuigingen. Het is dit kader waarover de Gemeenteraad nog deze maand een besluit zal moeten nemen.

In dat kader geven wij per beleidsveld aan welke doelen wij willen realiseren en welk doel wij beogen met de ombuigingen. Dit kunnen wijzigingen in de aanpak zijn, maar dit kan er ook toe leiden dat wij op onderdelen binnen specifieke beleidsvelden tot de overtuiging komen dat de samenleving hier niet op zit te wachten. Tot slot geven wij per beleidsveld aan welke kansen, maar ook welke risico’s en aandachtspunten wij zien bij het realiseren van de beoogde ombuiging.

Als dit kader is vastgesteld zal een en ander moeten  worden uitgewerkt in concrete richtingen. Hoe kunnen wij bijvoorbeeld op een concrete manier differentiatie toepassen als het gaat om ‘bibliotheekwerk’, ‘groen’ of ‘toerisme en recreatie’? Hoe kunnen wij concreet meer gebruik maken van de kracht van de samenleving als het gaat om maatschappelijk werk?

Deze richtingen zullen aan de gemeenteraad worden gepresenteerd. Op basis van eventuele opmerkingen zullen de  richtingen in een plan moeten worden uitgewerkt.  Het is de bedoeling dat de richtingen zodanig concreet worden opgesteld, dat ze kunnen worden meegenomen in het meerjarenbeleidsplan zoals die in juni door de Raad zal worden vastgesteld. De besparingen zullen dan hun beslag krijgen in de begroting 2013.


Erik Heinrich

Onlangs stelde de Gemeenteraad 4 gebiedsvisies vast voor de bedrijventerreinen Klingelbeekseweg (Oosterbeek), Veentjesbrug (Heelsum), Schaapsdrift (Renkum) en Cardanuslaan (Doorwerth).

Het vaststellen van de gebiedsvisies is nodig om de richting te bepalen waarin de terreinen zich idealiter moeten ontwikkelen. Ze zijn echter geen blauwdruk. De gebiedsvisies geven richting aan de inzet die nodig is om tot daadwerkelijke herstructurering te komen. De uiteindelijke concrete invulling wordt in het bestemmingsplanprocedure formeel belegd. Met het vaststellen van de gebiedsvisies is het kader geschapen, waarbinnen de ruimtelijke ontwikkelingen verder concreet vorm en invulling krijgen.

De gebiedsvisies passen in het beleid van de provincie en de Stadsregio om tot herstructurering van bedrijventerreinen te komen. Voor Renkum is vooral belangrijk dat hiermee de bedrijventerreinen in

aanmerking komen voor herstructurering op basis van co-financiering door de provincie. Mede aan de hand

van deze gebiedsvisies zullen Gedeputeerde Staten later besluiten nemen over (onze) subsidieaanvragen,

om de bedrijventerreinen d.m.v. co-financiering te herstructureren. Het vaststellen van de vier gebiedsvisies is daarmee een stap in het proces om te komen tot een succesvolle subsidie-aanvraag.

De gebiedsvisies zijn overigens een detaillering van de grote lijnen die in de gemeentelijk Ruimtelijke

Structuurvisie en in de Economische Visie al te herkennen zijn.

Vanaf het moment dat herstructurering van deze bedrijventerreinen aan de orde kwam – nu ruim twee jaar

geleden - zijn wij in gesprek gegaan met de ondernemers op deze locaties. Over het algemeen kan worden gesproken over de aanwezigheid van voldoende draagvlak voor de voorgestelde ontwikkelingsrichting.

Met name de ondernemers op de Klingelbeekseweg zien in dat de uitstraling nu erg matig is. Ze zien in dat een

hoogwaardiger invulling niet alleen de blijvende en nieuwe ondernemingen ten goede zal komen,

maar ook de omgeving in haar geheel. Dat betekent dat ook een waardestijging van het onroerend

goed in dat gebied en daarmee de intrinsieke waarde van de bedrijven zelf.

Op de Veentjesbrug zijn naast zakelijke ook enkele persoonlijke belangen in het spel. Er wordt n.l. ook

(alleen) gewoond. Hier speelt minder dat bedrijven willen verplaatsen, wel is er ruimte aanwezig voor

uitbreiding ten gunste van de functie “bedrijvigheid”.

De Schaapsdrift is een wat ouder bedrijventerrein, dat met name opvalt waar het gaat om het

extensieve ruimtegebruik. Dat heeft met de aard van de bedrijvigheid te maken: logistiek, bouw- en

aannememersbedrijven.

Een grootste gemene deler in de standpunten van de ondernemers op de Cardanuslaan is nog niet te

vinden. Een deel van de ondernemers ziet mogelijkheden voor verbetering, in elk geval van de locatie als

geheel. Er is nu ruimte onbenut. Andere bedrijven geven aan “goed te zitten”; zij hebben op dit

moment minder behoefte aan verandering. Ook het economische getij speelt hierin mee.

Ten aanzien van de gemeentelijk co-financiering geldt dat daarvoor in begroting noch Meerjarenbeleidsplan

middelen zijn gereserveerd. In het coalitie-akkoord is opgenomen dat op een bestemmingsreserve, inmiddels bekend onder de naam “goede tijden, slechte tijden fonds”, een beroep kan worden gedaan bij voorstellen die leiden tot stimulering van de (lokale) economie en werkgelegenheid.

De financiële bijdrage van de provincie is gemaximeerd tot € 500.000,- per locatie. Van de gemeente wordt dezelfde bijdrage verwacht. Gezien het feit dat in de genoemde reserve momenteel meer dan € 3.000.000,- zit zou dat moeten kunnen lukken. Daarbij moet wel worden aangetekende dat de reserve niet uitsluitend bedoeld is voor economische maatregelen, maar ook gebruikt zou kunnen worden om bepaalde bezuinigingsmaatregelen te verzachten.

Hoewel het om veel geld zou kunnen gaan, is het natuurlijk wel belangrijk te beseffen dat we in deze economisch moeilijke tijden ook maatregelen moeten nemen die leiden tot een uiteindelijke versterking van de economie in Renkum. Het is zaak dat we sterker uit de recessie komen. De herstructurering van deze bedrijventerreinen kan daaraan een belangrijke bedrage leveren.

Reageren

* - verplichte velden